Kernwaarden UBALL
Geschreven door Wim Kannegieter    woensdag 30 juni 2010 07:53    PDF Afdrukken E-mailadres

INLEIDING

Basketballers bij UBALL hebben mentale vaardigheden nodig om het uiterste uit hun talenten te halen. Zowel voor hun basketballcarriere als voor hun, latere, maatschappelijke leven. Basisfeit hierbij is dat het niveau van de mentale vaardigheden per talent verschilt, evenals het feit dat de één meer aanleg binnen een bepaalde sport heeft dan de ander. Indien een talent werkelijk de top van zijn kunnen wil bereiken, dient er een afstemming en optimalisatie plaats te vinden van de vaardigheden op technisch, tactisch en mentaal terrein. Voor een topprestatie is het noodzakelijk dat al die vaardigheden goed getraind zijn.

Evenals de vaardigheden op andere terreinen, zoals techniek of tactiek, kan je mentale vaardigheden trainen. Nationale topploegen en individuele topatleten maken al op grote schaal gebruik van de mogelijkheden van mentale training. Dit vindt ook binnen UBALL plaats. Door de technische staf van UBALL wordt veel aandacht aan dit zeer belangrijke gedeelte van de opleiding besteed. Er worden afspraken gemaakt om een kader neer te zetten, waarbinnen de opleiding plaatsvindt. De inzet en inspanning van het individuele talent bepaalt hoe dit onderdeel zich op persoonsniveau zal ontwikkelen.

UBALL Training en begeleiding van basketballtalenten; deskundige coachingsstaf.

Centraal in de begeleiding van de technische staf van de talenten staat één begrip. Consequent zijn. Dat is een essentie om een echte topsportmentaliteit bij de talenten te ontwikkelen. Alleen door iedere keer terug te komen op de geformulleerde kernwaarden van de opleiding zal er een verandering in het gedrag van het individuele talent plaatsvinden. Daarin past natuurlijk ook de continue confrontatie van het talent met de gevolgen van zijn/haar gedrag.

We hebben de vaste overtuiging dat topsport niet stopt bij trainingen en wedstrijden, maar dat een talentenopleiding in de topsport 24 uur per dag doorgaat; 7 dagen per week. UBALL leidt talenten op tot zulke sporters als zij zelf ook het maximale uit zichzelf willen halen, niet andersom.

DE KERNWAARDEN

Het kader waarbinnen UBALL het talentenopleidingscentrum heeft opgebouwd bestaat uit een viertal kernwaarden. Deze kernwaarden zijn:

1. Onbaatzuchtigheid - ondergeschikt maken van het eigen belang; dienen van het teambelang.                                 
2. Mentale hardheid - doorgaan waar anderen stoppen.
3. Stoïcijns meebewegen - niet handelen uit emotie maar uit controle.
4. Eigen Verantwoordelijkheid - Wat had IK beter kunnen doen?

Door al deze kernwaarden loopt het element "Geen smoesjes". Eén van de zaken die in de hedendaagse maatschappij maar al te vaak voorkomen en de oorzaak zijn van mindere prestaties. Door onze talenten te leren dat "Geen smoesjes" een juiste grondhouding geeft, wordt de basis gelegd voor een betere individuele én teamprestatie op langere termijn. Een houding die alle talenten in het latere maatschappelijke leven zeer van pas zal komen.

Onderstaand zullen we de verschillende kernwaarden afzonderlijk behandelen.


Kernwaarde 1. Onbaatzuchtigheid - het ondergeschikt maken van het eigen belang en het dienen van het teambelang.

Dit is de insteek: er dient in een team een ‘klik’ plaats te vinden. Deze ‘klik’ komt nadat er een collectief onderbewustzijn in het team is gegroeid. Dit onderbewustzijn kan alleen gebaseerd zijn op gedeelde waarden, want die zijn immers overstijgend boven de individuele waarden. Deze waarden moeten bewezen worden, in alle daden van het team, altijd. Alleen dan ontstaat er groei, een betere samenwerking, die tenslotte tot ‘de klik’ leidt. Dan gebeurt er iets ondefinieerbaars binnen een team, maar het is voor iedereen zichtbaar. Het spel verloopt vloeiend, problemen worden schijnbaar automatisch opgelost, er lekt energie noch communicatie. Van zulke teams moet iedereen zijn handen afhouden, er alleen maar van genieten. Zulke teams zijn een reclame voor topsport.

Sporters, die de ervaring hebben gekend in zo’n team te spelen, vergeten dat nooit meer. Ze hebben als groep een glimp opgevangen van het gevoel onoverwinnelijk te zijn (zelfs als er wordt verloren!). Ze hebben meegemaakt hoe het voelt om voor een moment los te zijn van de ego-impuls. Als spelers op zo’n manier tot samenwerking komen, komt er een ongekende kracht vrij die door alle leden van het team ervaren wordt. Dit geeft een overstijgend effect. Wat is dat? En, hoe ontstaat dat? “Let the game play you”. Hiermee wordt bedoeld dat de beste houding er een is van open flexibiliteit, alle mogelijkheden aanvaardend.

UBALL: Betere prestaties door meer teameenheid in onbaatzuchtige samenwerking. JU14 seizoen 2009-2010.

UBALL teams spelen altijd vanuit een vaste overtuiging. Het Mission Statement van UBALL staat hierin centraal. Dat statement bepaalt onze speelstijl en is in zeker opzicht ook een startpunt tot een onzelfzuchtige samenwerking waarin het besef heerst dat er een wederzijdse afhankelijkheid is van elkaar. De bedoeling is om onder de vorm een gezamenlijke houding te ontwikkelen, die de oplossingen als vanzelf kan aanreiken: noem het een collectief brein. De absolute voorwaarde daarvoor is echter dat het vertrouwen in elkaar op het allerdiepste niveau gewaarborgd is. Dat is het niveau van het onzelfzuchtige. Men zou het ook blind vertrouwen in elkaar mogen noemen.

Als je jezelf geen discipline kunt opleggen, kun je ook nooit begrip voor een ander ontwikkelen. Overboord gooien van discipline leidt tot vogelvrij verklaren van het eigen gedrag. Wanneer een bepaalde gedragslijn vervelend begint te worden, stapt men gewoon over op een andere, tegenovergestelde richting van denken, er wordt 'gezapt’. Zonder discipline zal een individu nooit genoodzaakt zijn om de grenzen van zijn geestelijke vermogens te vinden.

Iedere vorm van discipline is uiteindelijk zelfdiscipline, tenslotte bestaat de vrije wil niet voor niets. In de kern laten mensen zich niet dwingen, en dat is maar goed ook. UBALL talenten dienen richting te geven aan hun denken, praten en doen hun teamwerkzaamheden met een onzelfzuchtige doelstelling (“Wat voor bijdrage heb ik gehad aan het team?”), dan zal hun zelfkennis en daarmee hun zelfvertrouwen groeien. Maar voordat deze ontwikkeling zich inzet zal de complete toewijding aan het teamdoel uitgesproken dienen te worden. “Either you are with the team, or you are against it” en zo is het. Om bij een UBALL team te horen is het essentieel voor het talent om zich te commiteren aan deze kernwaarde: iedereen die bij ons hoort dient primair het algemeen teambelang.

Zo’n commitment heeft consequenties. Ten aanzien van gedragsafspraken bijvoorbeeld, zal de leider tot op het schijnbaar onbeduidendste punt iedereen aan de regels dienen te houden. Het gaat dan onder meer over gedrag bij teleurstelling (verlies, speeltijd, aandacht), of vreugde (winst, aandacht, topprestaties), maar daarnaast over omgang met supporters, de mediavertegenwoordigers en andere belanghebbenden.
Dit conflict, deze vraag, vindt ook binnen een topsporter plaats, op actieniveau, op het moment dat het echt alles of niets is. Het beslissende moment in een finale, waarop niemand zich meer achter iets of iemand kan verschuilen. De sporter bezit al lang de vaardigheden, het team ook. Op dat moment gaat het om de geest. Kan iemand zich overgeven en zijn vertrouwen aan de situatie geven? Kan een talent op dat moment in balans zijn, ontspannen maar volledig alert, volledig bewust? Als iemand op zo’n moment open en niet zichzelf beschermend kan zijn, zal hij optimaal kunnen presteren. Dan levert hij een echte topprestatie.

Iedereen is verschillend, ieder mens heeft ‘eigenschappen’. Sommige worden als positief (compassie, geduld), sommige als negatief (haatdragendheid, hebzucht) beschouwd. De vraag is wat te doen met deze eigenschappen? Accepteren we ze slechts en hopen we op het beste? Of is onze geest net als ons lichaam te trainen? Als dat laatste het geval is, en dat is naar de mening van UBALL het geval, dan vormt ons zogenaamde ‘karakter’ slechts een beginpunt. Daarom wordt in de opleiding van UBALL veel aandacht aan de mentale component besteed.

De mate waarop iemand bijdraagt aan het algemeen belang is per individu verschillend. Niet alle talenten zijn even belangrijk voor het winnen van de wedstrijd. UBALL talenten krijgen een rol die op dat moment het beste bij hun vaardigheden past. Dit mag je als leider/coach nooit uit het oog verliezen. Niemand is gelijk, dus de democratische methode is niet altijd de juiste. Toch worden alle talenten over één kam geschoren als het gaat om de individuele motivatie: Wat doe je om je team beter te maken? Ieder teamlid, waterdrager of sterspeler, wordt hierop beoordeeld. Wat doet een speler om ons (het teambelang) te helpen? Dat is de hamvraag.

 

Kernwaarde 2. Mentale Hardheid - doorgaan waar anderen stoppen.

Een talent die zichzelf verder kan pushen dan zijn gezond verstand hem influistert. Het verschuiven van de mobilisatiedrempel. Het sterker worden in het gevecht tegen vermoeidheid. Het verleggen van grenzen. Het verschil in wedstrijd 7 van de play-off’s wordt gemaakt tussen de oren van de talenten. Op dat moment zijn beide teams goed ingespeeld, zijn de spelers kwalitatief aan elkaar gewaagd, zijn ze goed gecoached, dus het verschil zal op een ander terrein worden gemaakt, het mentale. Mentale hardheid is trainbaar. Het is misschien wel het allerbelangrijkste trainingsdoel binnen UBALL. Belangrijker nog dan techniekontwikkeling.

Vanaf dag 1 wordt er getraind voor het beslissende moment in de finale, de spelers moeten dat goed beseffen. Ze zullen pijntjes voelen, vluchtgedrag vertonen, smoesjes verzinnen, allerlei beperkende overtuigingen aanvoeren, en dat zullen ze allemaal moeten overwinnen. Op de training wel te verstaan. De training is in de regel zwaarder dan de wedstrijd, en alles telt mee. Er moeten twaalf “bikkels” staan aan het eind van het seizoen, waarvan iedereen weet: die krijg je niet klein.

UBALL: Mentale hardheid in aanval en verdediging.

Op een training zal een UBALL talent harder moeten willen gaan dan in de wedstrijd. Hij zal door moeten willen gaan op het moment dat het verstand op 'stop' drukt. Zijn doel is in eerste instantie geen last meer hebben van het “ziezo, dat is wel genoeg voor vandaag”-punt. Het idee dat je alles gedaan hebt wat je kon is een enorme valkuil voor topsporters. Op dit punt begint de wedstrijd pas echt, de ratio heeft lang niet altijd gelijk. Helaas is er vandaag de dag nog maar zelden iemand te vinden voor een dergelijke aanpak. We zijn zo verslaafd geraakt aan ons verstand, er wordt teveel gepraat en te weinig actie ondernomen. We zijn liever lui dan moe. Toch zal een talent die voor UBALL wil spelen zich dienen te onderwerpen aan bovengenoemde definitie van mentale hardheid. Want zoals gezegd: als iemand pijntjes voelt tijdens training moet hij niet zeuren, sterker nog, hij moet verwachten dat die pijntjes gaan komen.

De doelstelling van UBALL hierbij is: Geef talenten mee, dat het mentale niveau van de training ook buiten de zaal kan worden toegepast. In gewone handelingen, het denken, de individuele discipline. Talenten die bij UBALL spelen zullen daardoor hun hele leven trots zijn op wat ze hebben bereikt. Omdat ze weten dat ze iets bijzonders hebben gepresteerd. Omdat ze keer op keer hun ”ziezo, dat is wel genoeg voor vandaag”-punt voorbij zijn gelopen dan wel hebben verslagen. In wezen is het ontwikkelen van de goede mentaliteit het enige echte doel. Winnen volgt altijd op goed spelen; goed spelen volgt altijd op trainen; goed trainen ontwikkelt de juiste houding van de geest; een juiste houding van de geest uit zich in juist gedrag; juist gedrag ontwikkelt zich uit stilte, zo is het.

 

Kernwaarde 3. Stoïcijns Meebewegen - niet handelen uit emotie maar uit controle.

Het centrale thema hierbij is het omgaan met emoties. Even voor de duidelijkheid: omgaan met emoties, dus niet het negeren ervan. In sport geldt het cliché: “sport is emotie”. En daarmee is over het algemeen de kous af. Iedere uitbarsting wordt gelegitimeerd, want sport is emotie. Met deze instelling gaat veel waardevolle energie verloren. Laten we voorop stellen, dat emoties altijd legitiem zijn. Het negeren of wegdrukken leidt tot ellende. Het handelen in een emotie is minder legitiem. Niet alle emoties zijn gelijkwaardig of even goed. Haat zet altijd aan tot negativiteit, net als felle woede. Jaloezie, hebzucht, kwaadsprekerij, dat soort daden, of ladingen, leiden allemaal tot negatieve denkwijzen.

Deze negatieve denkwijzen hebben invloed op zowel het talent zelf als op het team (de omgeving). Daarom is het van beland dat in de opleiding van het talent de positieve elementen worden benadrukt. Dus dat de opleiding op een positieve wijze plaatsvindt. En dat het talent zich bewust wordt dat alle handelingen vanuit een intrinsieke controle c.q. overtuiging plaats dienen te vinden en niet vanuit een emotionele basis.

De bedoeling van stoïcijns meebewegen met het tumult en de uitdagingen in een wedstrijd is vooral het proces van intelligent omgaan met emoties. Daarnaast elimineert het de ego-voedende energiebanen. Het gewenste gedrag is onverenigbaar met egoïsme. Talenten kunnen zich niet meer van elkaar afsluiten. Het werkt als volgt: de bedoeling is om evenwichtig met de stress, teleurstellingen, maar ook met de blijdschap of euforie van een winstmoment, om te gaan. Het team moet een intrinsiek controlemechanisme inbouwen, dat het weglopen uit het moment op een intelligente manier tegengaat. We maken afspraken over ons gedrag, zodat we weten dat we in het heetst van de strijd op elkaar kunnen bouwen.


We houden iedereen binnen deze grenzen. Pas als een team een collectieve lichaamstaal heeft ontwikkeld, is er de mogelijkheid tot werkelijke groei. Dit geldt zowel voor de groep als geheel als de talenten afzonderlijk.

UBALL Talentengroep en Technische staf seizoen 2010-2011.

 

Kernwaarde 4. Eigen Verantwoordelijkheid - Wat had IK beter kunnen doen?

Doel is om een gezonde zelfkritische houding te ontwikkelen in ons team, zonder dat iedereen een hekel aan zichzelf krijgt. Dit heeft voor een belangrijk deel met het zogenaamde zelfbeeld van onze talenten te maken. Hoe minder zij daar last van hebben, hoe gemakkelijker het evaluatieproces na elke training of wedstrijd zal verlopen. Hoe sterker een talent het nodig heeft om te moeten voldoen aan een beeld van zichzelf (wat helemaal niet reëel is natuurlijk), hoe moeilijker het voor hem zal zijn om gezond zelfkritisch te zijn. Dus om dat probleem uit de weg te ruimen is het uitgangspunt: wij gebruiken nooit smoesjes, zelfs wanneer we volgens een onafhankelijke derde gelegitimeerd zouden zijn het te doen.

Iedereen wil altijd dolgraag eigenaar zijn van succes, maar alleen de mensen die ook eigenaar kunnen zijn van falen nemen daadwerkelijk verantwoordelijkheid op zich, en zullen ook altijd succesvol worden. Pas als iemand op het punt aankomt dat hij denkt dat hij niets verder had kunnen doen om te winnen, leert hij werkelijk naar zichzelf kijken.

Het zoeken naar de eigen evaluatie en het niet verwijzen naar anderen gaat ook de opkomst van arrogantie tegen. Iemand die het nodig heeft om arrogant te zijn, of op een andere manier uit de hoogte doet, verstopt zichzelf altijd een beetje. Die maakt niet echt contact. En dat is niet de bedoeling natuurlijk. We willen dat spelers zich afvragen: ‘wat had IK, ondanks de tegenslag, nog méér kunnen doen?’. Er is altijd wel iets te vinden. Met name als een smoesje gerechtvaardigd lijkt, zal het zoeken naar de eigen verantwoordelijkheid leiden tot een verdieping van het verantwoordelijkheidbesef. Zelfs als je een excuus kan aanvoeren, moet je het niet doen. Dus we stellen: geen excuus, geen smoesjes, dat is net zo gemakkelijk. Als je echt iets wil bereiken dan lukt dat ook. Tegenslag is te verwachten, daar hoef je, je niet door uit het veld te laten slaan.

Angst is een sterk beperkende emotie. Kijk maar: angst om straf te krijgen; angst om afgewezen te worden; angst om een ‘loser’ gevonden te worden. Iedereen zal de defensieve mechanismen herkennen, die de in een hoek gedrevene gebruikt om met een bepaalde bedreiging om te gaan. Een willekeurige greep uit een het arsenaal: “Ik voelde me niet helemaal lekker”, “het was gewoon pech”, “die coach kijkt altijd zo streng”, “het veld was niet goed”,… allemaal smoesjes. Zodra iemand in zo’n smoesje blijft zitten heeft de angst gewonnen. Gezonde zelfkritiek, dus de mogelijkheid om iets te leren, is dan onmogelijk geworden. Vaak wordt het tegenovergestelde juist bewerkstelligd en zal de smoesjesverzinner onbewust een negatieve gewoonte versterken. Opnieuw de richtlijn: ‘Drive all blames into one'.

Het is niet de meest gemakkelijke taak voor een leider om een klimaat te creëren, waarin mensen zonder zich bedreigd te voelen leren van hun fouten. Toch is dit misschien wel zijn belangrijkste opdracht. 50-70% van het klimaat op de werkvloer wordt door de emotionele intelligentie van de leider bepaald. Het klimaat op de werkvloer bepaalt voor het overgrote deel de ontwikkelingsmogelijkheden van het team. Lukt het de leider om in zijn debriefings de defensieve mechanismen van zijn mensen te ontmantelen, dan zal er ruimte ontstaan voor groei, zowel collectief als individueel. Zelfkritiek heeft in een groep een sterke wederkerige, dus motiverende werking: als de leider er geen moeite mee heeft, zal het voor de anderen ook gemakkelijker worden.

De sleutel is het omgaan met angst. En het te vertalen naar kansen. Onze spelers moeten niet bang zijn om fouten te maken. Het vermijden van risico’s is het ergste dat er kan gebeuren in het proces. Nabesprekingen van trainingen en wedstrijden dienen in een veilige omgeving gehouden te worden. De kleedkamer geniet de voorkeur. De inhoudelijke bespreking van verbeteringen zal persoonlijk, no-nonsense, professioneel en in aanwezigheid van de complete groep moeten zijn. Alles vindt plaats in het team, we hebben geen geheimen voor elkaar. Het individuele gesprek wordt vaak een machtsmiddel, of een beloning. Door het hele evaluatieproces plenair te houden is de gewenste teamnorm gemakkelijker te verankeren. Individuele sessies zijn slechts goed voor privé- zaken, die buiten het team staan. Enige uitzondering op deze regel is als een talent zich aan wangedrag te buiten gaat.

 

Als u meer wilt weten over deze kernwaarden van UBALL kunt u contact opnemen met Peter Meurs, Technisch Directeur. Peter is te bereiken via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of telefonisch op nummer 06-54764798.

Laatst aangepast ( zaterdag 17 november 2012 12:07 )